VPRO Gids

De grote VPRO literaire boekenquiz

Illustratie: Stefan Verwey

Foto: ANPVPRO Gids-lezers weten zo langzamerhand wel wat ze in de Boekenweek te wachten staat: de even onmogelijke als onweerstaanbare Literaire Boekenquiz. Vorig jaar waren onze trouwe deelnemers zeer te spreken over de schitterende quiz die Maarten ’t Hart afleverde. Zullen zij net zo enthousiast zijn over de quiz die Nelleke Noordervliet dit jaar voor hen samenstelde? Haar vroegen we de achtste editie van de Literaire Boekenquiz voor haar rekening te nemen, over jeugd in de literatuur. De opdracht om zo weinig mogelijk google-bare vragen te bedenken, bleek nog niet zo eenvoudig, maar Noordervliet kweet zich dankzij noest literatuuronderzoek voorbeeldig van haar taak en kwam op de proppen met een als vanouds razend lastige quiz. Uw gidsredactie wist in elk geval beschamend weinig antwoorden uit het blote hoofd.

Opvallend veel vragen gaan ditmaal over Oud Hollandsch werk, dus trekt u Hooft en Vondel maar vast uit de kast.

De winnaar mag een weekend logeren in ‘centrum voor retraite en bezinning’ Het Kleine Paradijs in Easterein, Friesland.

De redactie ziet uit naar uw klaagzangen, lofredes en oplossingen – in te sturen vóór maandag 15 maart 2010.

1

‘’t Is dwaasheid jonge meisjes of vrouwen alleen te laten gaan achter lande, want de boeverij der wereld is menigerhande.’
Wie zegt dit?

a. De oom van Mariken van Nimwegen
b. Robbeknol uit De Spaanse Brabander
c. Ritsert uit Warenar

2

Moenen is een personage uit:

a. De Metsiers van Hugo Claus
b. Mariken van Nimwegen
c. Langs de wegen van Stijn Streuvels

3

‘Hij nam de brief ende las die hem sende zijn vriendinne. Doe was hi blide in sinen sinne. Hi haesten te comen daar. Sint dat si out waren XII jaar dwanc die minne dese twee, dat si dogheden menech wee.’
De liefdesbrief waarvan hier sprake is wordt gezonden door:

a. Beatrijs aan haar geliefde
b. Blanchefloer aan Floris
c. Damiët aan Esmoreit

4

‘…. kon vliegen, hij wist zeker dat hij vliegen kon. Hij had de heele zolder afgevlogen; als een vlieg was hij opgegaan, koud en licht door de warme lucht. Boven alle bedden had hij gezweefd en rondom het gaslicht had hij gedraaid en boos zijn hoofd aan de pijp gestooten.’
Vul de naam in aan het begin van dit citaat:

a. Wouter
b. Jaapje
c. Kees

5

‘Medewerker van Voorpost wil ik in beginsel graag worden, al kan ik nu nog niet zeggen in welke frequentie dit zal kunnen geschieden. Een essay voor het openingsnummer zal ik allicht wel kunnen schrijven. Geeft u mij t.z.t. maar op hoe lang en wat voor soort onderwerpen de voorkeur genieten. Alleen voor boekbesprekingen kunt u niet op mij rekenen. Dat kost mij teveel tijd (het lezen n.l.).’
Dit bericht is geschreven door:

a. W.F. Hermans
b. Simon Vestdijk
c. Adriaan Morriën

6

Welke schrijver werd afgekeurd voor militaire dienst omdat hij te mager was?

a. Simon Vinkenoog
b. Hans Lodeizen
c. Cees Nooteboom

7
Ozewiezewoze

Het rijmpje/liedje ‘Oze wieze woze wieze walla kristalla kristo sewiese wo se wie ze wies wies wies wies’ betekent ‘Vandaag is het kind gelukkig / Is het kind gered / Gedoopt / Is het / Dit kind is gelukkig / Dit kind, kinderen, kinderen, kinderen, kinderen’ en is te herleiden tot een gedichtje uit:

a. Het West-Afrikaans/Portugees-Creools
b. De Langue d’Oc
c. Het Oudsaksisch

8

‘Ik ben 19 en zonder werk. Koksopleiding gehad op een weerschip… in de bouwerij gezeten. Diploma timmerman… bij een melkinrichting gewerkt. Ontslagen. Ik heb geld nodig.’
Deze hartenkreet is van:

a. C.B. Vaandrager
b. Jan Cremer
c. Arnon Grunberg

9
Eekhoorn

In de Emblemata Amatoria van P.C. Hooft komt dit plaatje voor.
Wat betekent de eekhoorn in het rad?

a. De liefde houdt me gevangen
b. Ik wil ontsnappen aan de liefde
c. De liefde laat me nooit met rust

10
Foto: Spaarnestad Photo

De Reina Prinsen Geerligsprijs werd van 1946 tot 1979 toegekend aan jonge schrijvers. Op deze foto feliciteert Anna Blaman in een flatteuze mantel de winnaar. Wie was die jongeman?

a. A.P. van Hoek
b. Kees Stempels
c. Jan Blokker

11

Carry van Bruggen en haar broer Jacob Israël de Haan werden in hetzelfde jaar geboren. Dat wordt genoemd:

a. Een Ierse tweeling
b. Een Roomse droom
c. Konijnenwerk

12

Lange tijd heeft de regel ‘Hebban ollan vogalan nestas higunnan, hinase hic enda thu. Huat umbidan wi nu…’ te boek gestaan als het eerste geschreven ‘Nederlands’. Daar wordt nu anders over gedacht. Wie schreef het gedichtje?

a. Een geëmigreerde Vlaming die middeleeuws steenkolenengels schrijft
b. Een jonge verliefde monnik in een West-Vlaams klooster die zijn pen probeert
c. Een jonge monnik die een bekend gedichtje uit het Latijn vertaalt

13

Het Parool organiseert samen met het Amsterdamse Hiltonhotel jaarlijks een kerstdiner, waarbij een schrijver een speciaal voor de gelegenheid geschreven kerstverhaal voorleest. Welke van de volgende schrijvers heeft dat niet gedaan?

a. Nelleke Noordervliet
b. Mensje van Keulen
c. Doeschka Meijsing

14

Wie kon als jongen niet of nauwelijks zwemmen, ondanks de lessen, maar wel uitstekend schaatsen?

a. Multatuli
b. Bilderdijk
c. Huygens

15

In Indische Duinen van Adriaan van Dis, Gesloten huis van Nicolaas Matsier en Het gat in de wereld van Benno Barnard wordt de verhouding tussen vaders en zonen aan de orde gesteld.
Wiens vader was nog in leven toen het boek verscheen? Die van:

a. Van Dis
b. Matsier
c. Barnard

16

Wie kreeg in een smidse een stuk ijzer in het oog en werd aan één oog blind?

a. Wim Kayzer
b. Tesselschade Roemers Visscher
c. Truitje Bosboom Toussaint

17

De Republiek der Letteren had een pendant in De Vrouwelijke Republiek der Letteren. Het middelpunt daarvan was:

a. Belle van Zuylen
b. Anna Maria van Schurman
c. Lucretia van Merken

18

‘Op de hogeschool hield ik me bezig met de vraag of de wereld een verzameling feiten is of een serie klankverbindingen. Sindsdien prikkelt het ritme van de dingen mijn lichte verbazing. Ik kijk uit naar het jaar 2000.’
Deze regels zijn van K. Michel en zijn te vinden in zijn prozadebuut, onder de titel:

a. Zelfportret van Tingeling
b. Waterstudies
c. Ja! Naakt als de stenen

19

Welke naam hoort in het volgende rijtje niet thuis: Arthur Ducroo, Frits van Egters, Koekebakker, Nathan Sid, Ina de Kruijff, Dirk Hosselaar.

a. Koekebakker
b. Ina de Kruijff
c. Dirk Hosselaar

20

‘Als een hond, zei ik, groeide hij op, een dief, een luilak. Hij zwierf op Gods wegen, een leegganger, een deugniet. Maar moet de boom niet eerst zijn last afwerpen voor hij bladeren geeft. Misschien wel. En misschien moet men slim en listig zijn, wil men de wreedheid van de wereld verdragen en weren.’
Dit wordt gezegd in:

a. Tijl Uilenspiegel van Hugo Claus
b. Een zwerver verliefd van Arthur van Schendel
c. De kleine Rudolf van Aart van der Leeuw

21

‘De kroketten in het restaurant / zijn aan de kleine kant’ is de onsterfelijke bijdrage van de jonge C.B. Vaandrager aan de Nederlandse literatuur. Waar at hij die kroketten?

a. In Rotterdam
b. In Amsterdam
c. In Den Haag

22

‘Toen schoot knetterend en sissend uit den lagen, grijzen hemel een bliksemschicht als een lichtende sabelhouw in den grond. Een woedende donder roffelde neer, rommelde door het bosch. Een tweede lichtstraal zig-zagde. Een tweede slag sloeg door de lucht, overstemde het nadreunen van den eersten. Een vogel kermde klagelijk. De apen zwegen. De boomen sidderden. Een blad aan een palm wiegelde snel heen en weer. Een lichte wind ruischte aan.’
Dit is een citaat uit het debuut van:

a. Hella Haasse
b. Augusta de Wit
c. Madelon Székely-Lulofs

23

Welke van de volgende namen is niet die van een rederijkerskamer:

a. De Verblijdenis van het Kruis
b. Jong van zinnen
c. De Aronskelken


24

Foto: Spaarnestad Photo

Dit is een jeugdfoto van:

a. Maria Dermoût
b. Top Naeff
c. Annie Salomons

25

Hoe heet het vroeg overleden dochtertje van Vondel?

a. Maria
b. Constantijntje
c. Saartje

26

Hoeveel Titaantjes zijn er?

a. drie: Bavink, Koekebakker, Japi
b. vijf: Bavink, Bekker, Hoyer, Ploeger, Koekebakker
c. zes: Bavink, Bekker, Hoyer, Ploeger, Koekebakker, Japi

27

‘De duw van het leven’. Welke auteur noemt zo het moment dat een dichterlijk aangelegd kind of jongere met een klap vervreemdt van de dingen om hem heen, waarin hij uit het verband valt – in de eenzaamheid?

a. Ter Braak
b. Marsman
c. Lucebert

28

‘Ik ben een vrouw… Mijn jonge jaren sterven, / maar langzaam en ze zijn nog niet voorbij / En ’t leven bracht genot en vreugd voor mij, / En ik geniet… Maar ’k heb iets moeten derven.’
Wie schreef dit kort voor haar 22ste verjaardag?

a. Ida Gerhardt
b. Hélène Swarth
c. Henriëtte Roland Holst

29
Eend

Onlangs werd een onbekend verhaal ontdekt van een bekend Nederlands auteur die leefde van 1879–1943. Het gaat over een man die een gewond eendje mee naar huis neemt voor de kinderen. In welk Amsterdams water zwom het geredde eendje?

a. Singelgracht
b. Overtoom
c. Ruysdaelkade

30

Hij was pas 24, maar liet niet over zich heen lopen door uitgevers of redacteuren van tijdschriften. Toen een bijdrage van zijn hand zonder zijn instemming was bekort schreef hij: ‘Het kan natuurlijk zijn dat u zich met genoemde zinsneden niet vereenigen kon, maar die dan zonder meer weg te laten, lijkt mij de socialistische cultuur wel wat ver doorgevoerd. Te meer als onder het geheel dan toch mijn naam wordt afgedrukt.’
Was getekend:

a. Karel van het Reve
b. Theun de Vries
c. W.F. Hermans

31

Welke schrijver zegt het volgende over zijn/haar geboorteland waar hij/zij na vele jaren terugkeert: ‘De sensatie om je opeens allerlei dingen te herinneren waar je bijna veertig jaar niet aan hebt gedacht, dingen waarvan je zelfs niet eens vermoedde dat ze in je hoofd zaten, is een van de vreemdste gewaarwordingen die er zijn.’

a. E. du Perron
b. Rudy Kousbroek
c. Hella Haasse

32

Groots en meeslepend wil ik leven, vader, moeder, wereld, knekelhuis zei Marsman en hij wiegde in zijn stoel. Toen kwam Theo van Gogh, die sloeg met de vlakke hand op tafel om daar vervolgens zijn voorhoofd op te laten rusten, groots en meeslepend wil ik leven, maar elke dag denk ik: ik wacht nog even. Ach.’
Dit is van de hand van:

a. Hanneke Hendrix
b. Theodor Holman
c. Leon de Winter

Uw oplossing insturen

U kunt uw oplossing per e-mail insturen: boekenquiz@vpro.nl. Uw inzending moet uiterlijk maandag 15 maart in ons bezit zijn.
Vermeld in uw mail uw naam, adres en een telefoonnummer waarop u overdag bereikbaar bent.

VPRO Gids - 4 maart 2010