VPRO Gids

In de tuin van Epicurus

Durf te denken

Nederland 2, 15.00-15.25 uur

Leven als een hedonist – de populaire Franse filosoof Michel Onfray is er een warm pleitbezorger van. ‘We interpreteren het woord hedonisme vaak verkeerd. Het betekent niet: platvloers genieten, maar wijs leven en in kalmte.’

Michel Onfray (r) en Jean-Luc Tabesse. Foto: Josephine Krikke.

Stukje stokbrood, rolletje roomboter, paar blokjes kaas, plakje rosbief en ham, twee schepjes vis- en couscoussalade. Glaasje lichte cider van de lokale boer erbij. Geen overvloedige lunch, precies genoeg. De volle smaak van de producten suist door de mond.

We zitten in een ruime hut van een uitgestrekte moestuin in Argentan, een stadje met 16.000 inwoners in Normandië. De provincie wordt, getuige een affiche aan de muur, ook wel aangeduid als Gourmandie, een streek voor fijnproevers. Aan de grote tafel hebben vrijwilligers en vrienden van Michel Onfray plaatsgenomen. Hoewel er nog van alles moet worden geregeld voor de bijeenkomst, nemen ze rustig de tijd voor het eten en een gesprek met hun tafelgenoten. Een enorme circustent in het midden van het terrein zal straks gevuld zijn met 300 mensen. Zij komen op hun vrije zaterdag filosoferen en proeven. Sommigen azen op een handtekening van hun idool Michel Onfray. In Frankrijk zijn filosofen soms net popsterren.

Onfray, in 1959 geboren in Argentan en er nog altijd woonachtig, richtte de Université populaire du goût vijf jaar geleden op met zijn beste vriend Jean-Luc Tabesse. Het principe van deze open universiteit baseerden zij op Epicurus. De Griekse wijsgeer (341-270 vChr.) zag filosoferen als een sociale bezigheid. Soberheid, zelfredzaamheid, rechtvaardigheid en vriendschap stonden bij Epicurus voorop. Ze lééfden die filosofie volgens Onfray. ‘En dat proberen we hier ook te doen.’

Daar hebben de Fransen ook wel oren naar, zo blijkt later als de tent tot op de laatste stoel is bezet. Het verbaast Onfray niet. ‘Mensen zijn op zoek naar wijsheid. We zetten de televisie aan en weten niet wat we van alles moeten denken; van de enorme macht van het geld, van de werkloosheid, van de armoede overal ter wereld.’

Vroeger kon het christendom ons helpen antwoorden te vinden en later stromingen als het marxisme, stelt Onfray vast, maar nu zijn er geen ideologieën meer die op alle vragen een antwoord hebben. ‘Mensen voelen zich verloren, hebben allerlei vragen: hoe moet ik leven, oud worden, lijden, doodgaan? Zo komen ze terecht bij de filosofie.’

Topkok
Tijdens de gratis bijeenkomsten die Onfray en Tabesse vier keer per jaar organiseren, staat telkens een filosoof centraal. Wat betekent filosofisch leven volgens bijvoorbeeld Montaigne, Epicurus of Rousseau? En wat is hun opvatting van smaak? Onfray: ‘Het filosoferen hier is niet voor specialisten bedoeld, maar voor alle mensen die willen leren en meer willen weten.’

Vandaag staat Michel de Montaigne centraal, een van de grondleggers van de levenskunst. Journaliste en schrijfster Evelyne Bloch-Dano en Michel Onfray houden lezingen over hem. Ze nemen er ruim de tijd voor, maar het publiek raakt niet vermoeid. Vervolgens wordt er, voor vijftien euro, een diner geserveerd met streekproducten, bereid door een plaatselijke topkok en een slager.

Voor de kinderen is er in de blokhut een apart programma waarbij smaak centraal staat. Met cake en chocola erbij filosoferen zij over de tegenstelling ‘normaal/niet normaal’. De docente is onverbiddelijk: de volwassenen moeten naar buiten, zodat de kinderen zich vrij voelen om te zeggen wat ze denken.

Michel Onfray: ‘Mensen voelen zich verloren, hebben allerlei vragen: hoe moet ik leven, oud worden, lijden, doodgaan? Zo komen ze terecht bij de filosofie.’

Niet alleen het samen filosoferen is gebaseerd op Epicurus, ook de locatie is hierop uitgekozen. Die heeft iets weg van de beroemde ommuurde tuin op Samos waar Epicurus met vrienden een gemeenschap vormde. Hij nodigde mensen uit een kijkje te komen nemen, ook slaven en vrouwen – wat men in die tijd maar vreemd vond.

In de tuin die Onfray en Tabesse gebruiken, werken doordeweeks mensen die proberen te reïntegreren in de maatschappij, bijvoorbeeld na een gevangenisstraf of psychiatrische opname. Een deel van helpt mee als vrijwilliger tijdens de filosofiebijeenkomsten. ‘Net als bij Epicurus moet dit een ontmoetingsplek zijn voor mensen die elkaar in het dagelijks leven nooit ontmoeten’, vertelt Onfray in de tuin, die vol staat met onder andere knoflookplanten, rode sla en artisjokken. ‘We hopen dat arbeiders apothekers ontmoeten. En dat jongeren in gesprek gaan met ouderen.’

Reputatie
In de tuin van Epicurus werd genot als hoogste goed gecultiveerd. Deze manier van denken wordt ook wel aangeduid als hedonisme. Zijn ideeën zijn later vaak uitgelegd als het naar hartenlust najagen van aards genot, maar Epicurus zelf leefde juist heel sober. ‘We interpreteren het woord hedonisme vaak verkeerd,’ zegt Michel Onfray. ‘Epicurus bedoelde iets heel anders. Hedonisme betekende voor hem niet platvloers genieten. Maar het christendom – met zijn ideologie van het beteugelen van alle begeerten – zorgde voor de reputatie van liederlijkheid die het hedonisme later kreeg.’

Het genot dat Epicurus voorstond, was wel begrensd. Om geluk te verkrijgen riep hij de ‘hedonistische calculus’ in het leven: laat genot liggen als je weet dat dit later voor een groter ongemak zal zorgen. En verdraag liever even wat pijn als daarna het genot groter wordt. Dat blijkt geen gemakkelijk opgave in de huidige samenleving, denkt Onfray. ‘Tegenwoordig heerst het consumentisme. Genot bestaat uit bezit. Een mooi huis, geld, een goede baan. De opvatting is: “Ik geniet, want ik bezit. En u ziet wat ik allemaal bezit.” Maar ik denk juist dat het bezit afhankelijk maakt. Als men bezit, wordt men uiteindelijk zelf een bezit.’

Onfrays hedonisme gaat niet om ‘hebben’ maar om ‘zijn’. ‘Onthecht je van je bezit. Ga zorgvuldig met het leven om en wees tevreden met je bestaan. Probeer geen verdriet te hebben en probeer tegenslagen als een wijs man te dragen. Probeer wijs te leven en, zoals Epicurus zegt, in kalmte. En daaraan moet je werken.’

’s Avonds proberen we hedonistisch te calculeren bij het diner. Dat gaat aardig goed, want iedereen krijg een bord met even veel – heerlijk – eten. We zitten dus niet propvol, maar zijn aangenaam gevuld. Te gast in de tent is daarna de directeur van Château Palmer, dat de sjieke wijn Margaux produceert. Hij leert ons een grand cru te proeven uit 2001 en stelt daarvoor een beperkt aantal flessen – à 250 euro per stuk – ter beschikking. Iedereen krijgt een half glas. Aan een van de lange tafels zit ook een beroemde wijnrecensent van het tijdschrift Marianne. Voor hem geen half glas. Hij heeft een paar hele flessen Margaux bemachtigd en schenkt zichzelf nog eens bij. Voor hem vanavond even geen hedonistische calculus.

Josephine Krikke - 17 september 2011