Dorpse meiden
Nederland 3, 20.25-21.00 uur
De door Ellen van Dijk uit Deurne bedachte BNN-realitysoap Dorpse meiden draait om het dagelijkse leven van vier Brabantse meiden, en dat geeft toch een ander beeld van jong Nederland dan de shoppende Gooische meisjes. Scoort dit TV Lab-programma voldoende, dan komt er waarschijnlijk een vervolg en kent straks iedereen Ellen, Janneke, Joyce en Lynn. De VPRO Gids reisde af naar Deurne.

Is dat even een tegenvaller voor de verslaggever: Deurne blijkt veel groter dan het klinkt. Bijna 25.000 inwoners heeft de plaats waar het nieuwe real-life programma Dorpse meiden van BNN zich afspeelt. Het romantische idee van de sfeer proeven bij de door Wim Sonneveld bezongen dorpspomp of langs vaders tuinpad kan hij deze dinsdagmiddag dus direct laten varen. De VVV staat op het punt van sluiten, maar desondanks wordt tijd vrijgemaakt voor de vreemdeling. Die ontvangt een gratis plattegrond en verneemt dat de Beekman & Beekman-fietsroute en de Toon Kortooms-autoroute lopen als een trein. Dat zegt echter weinig over het huidige Deurne. Dit Peeldorp is tegenwoordig landelijk vooral bekend van de Beckers frikandellen, waar vorig jaar nog uitgebreid de vijftigste verjaardag van werd gevierd, en de unieke hippische opleiding Helicon.
Paarden en frikandellen, een inkoppertje denkt de verslaggever. Maar helaas, navraag leert dat er anno 2010 helemaal geen frikandellen meer uit de lokale Beckersfabriek rollen. ‘We maken hier alleen nog broodproducten: saucijzenbroodjes, worstenbroodjes, kaasbroodjes… noem maar op. Lekker hoor. We mogen eten wat we willen, mits we doorwerken,’ zegt Henny Geerts van Beckers. Paarden zijn er nog wel, maar nu even niet. Die zijn net als alle studenten op vakantie en keren pas na de zomer weer terug.
Het centrum van Deurne maakt deze augustusmiddag niet bepaald een levendige indruk. Dat komt door de enorme leegte van de heringerichte Markt en het ontbreken van een duidelijk verband met het nieuwe winkelcentrum. De loop zit er niet echt in. Ook niet bij diepvriesspecialist Van Rijsingen – slogan: ‘Daar moet ik ’t mijne van (w)eten’ –, een lokaal begrip. Terwijl wereldwijd het boodschappendoen verandert in funshoppen, staat in deze supermarkt de thermostaat op een graadje of twaalf en bestaat het assortiment enkel uit diepvriesproducten. Cool concept, dat het qua omzet met name van de snacks moet hebben. ‘Daar is het nu wel het seizoen voor,’ zegt een medewerkster in een dik groen fleecejack. Bij de groenteman is de wokkelsalade in de aanbieding. Heeft niets met chips te maken, is op pastabasis.
![]() |
![]() |
Ons blèèjke
Hoofdredacteur Nelly van Rijt heeft met het Weekblad van Deurne/Peelbelang de plaats van de dorpspomp overgenomen. Haar huis-aan-huisblad speelt een belangrijk rol in de gemeenschap, ook omdat Deurne geen lokale radio of televisie heeft. ‘We hebben een hoge leesdichtheid. We weten wat er speelt, zijn kien op alle ontwikkelingen én betrouwbaar. Lezers hebben het ook altijd over “ons blèèjke.”’ Soms heeft de krant een primeur. ‘De naam van de nieuwe burgemeester hadden wij als eerste.’ Het is niet toevallig dat ze met dit voorbeeld komt. Omdat de huidige burgemeester binnenkort vertrekt, is ze dezer dagen gespitst op de nieuwe naam. ‘Het is lastig, maar we proberen zo actueel mogelijk te zijn. De raadsvergaderingen zijn dinsdagavond, en toch hebben we het verslag altijd klaar als de krant op woensdag naar de drukker gaat.’ Nieuws op woensdag komt voor Van Rijt dan ook zeer ongelegen. Daar trok de windhoos die op 14 juli in Deurne honderden bomen omlegde zich niets van aan. ‘Was op woensdag, en wij hebben toen luchtfoto’s laten maken om een week na dato toch nog iets bijzonders te hebben.’ Dergelijk groot nieuws is gelukkig zeldzaam, maar dat betekent niet dat elke winkelopening wordt verslagen. ‘Als winkeliers niet bij ons adverteren, komen we ook niet.’
Talkshow
Ondernemend Deurne treft elkaar iedere derde dinsdag van de maand bij het zogeheten Ondernemerscafé. Alle andere dinsdagavonden ‘vergaderen’ de organisatoren van deze Pauw & Witteman-achtige talkshow. Voor Jeroen van Lierop van het Cultuurcentrum, tevens fractievoorzitter van de VVD, Jean-Paul Vosmeer, mede-eigenaar van React New Media en Peter-Alexander Driessen van het gelijknamige transportbedrijf zijn die avonden heilig. Op tafel liggen twee iPads. Nieuwtjes en roddels worden uitgewisseld en de actualiteit wordt besproken. Over het WK-voetbal 2018 is men het eens: niet in Deurne. Het cultuurverschil met de bewoners achter de oostgrens, de grens met Limburg, komt ter sprake en ook het arbeidsethos in het nabijgelegen Helmond. (‘Hoe krijg je een groep Helmonders uit elkaar? Gooi er een overall tussen.’) Het Ondernemerscafé is een succes en gaat al het negende seizoen in. Vosmeer verzorgt de techniek, Van Lierop en Driessen presenteren. De transportondernemer is de harde interviewer. Driessen: ‘Ik ben de digger en blijf net zolang trekken tot ik antwoord krijg. Jeroen is zachter, en we hebben ook een Jan Mulder. Van Lierop: ‘De eerste seizoenen vertelden ondernemers alleen over hun werk, maar dat gaat vervelen omdat iedere bezoeker zelf onderneemt. Nu gaat het over de mens achter de ondernemer.’
Binnen de Deurnese ondernemerswereld is het nog ons-kent-ons. Driessen verhuurt kantoorruimte aan Vosmeer en die doet voor hem weer het webwerk. Van het Cultuurcentrum, dat de ondernemers onderdak biedt, heeft Van Lierop de sleutel. Dat de raadsvergaderingen ook op dinsdag zijn is geen bezwaar, integendeel. Driessen: ‘Vaak komt het gemeentebestuur na hun vergadering nog even binnenlopen. Prettig voor ondernemers die de burgemeester nog even willen aanschieten. En andersom natuurlijk.’ Het succes is in de regio niet onopgemerkt gebleven. ‘In verschillende omliggende gemeenten wordt onze formule al gekopieerd.’ Geen lokale televisie in Deurne, wel een programma.
Buurtbus
De volgende ochtend heerst er enige consternatie op de nog uitgestorven Markt. Een paaltje is omver gereden en de dader is ’m gesmeerd. ‘Dasawadeviefdekeedadagebeur,’ zegt een gemeentewerker hoofdschuddend, ‘ennedienneandrok.’ Het paaltje is al vier keer eerder omgereden en dat geldt ook voor die ernaast. Een voorbijganger kijkt naar de verslaggever en trekt zijn conclusie: ‘Het moet een vrimde zijn geweest, want de leveranciers hier kennen de situatie.’ De verslaggever denkt na over zijn alibi en verlaat plaats delict.
Voor ziekenhuis Elkerliek wacht chauffeur Gerard Derikx op maximaal acht passagiers voor bus 466. Een belachelijk hoog nummer want de buurtbus kent maar drie lijnen. Enfin, vrijwilliger Derikx heeft er zoals altijd zin in. ‘Ik doe dit al vijftien jaar. De eerste jaren reed ik op Weert, nu doe ik Geldrop. We vervoeren vooral bejaarden en scholieren.’ Als blijk van waardering voor het vrijwilligerswerk zijn er verschillende keren per jaar bindingsactiviteiten, maar altijd werkgerelateerd. Derikx: ‘We hebben een slipcursus gevolgd, een instructie over nieuwe verkeersregels en een anti-agressietraining.’ ‘Voor de buurtbus?,’ vraagt de verslaggever sensatiebelust. ‘Ja, knuffelen met de oudjes,’ lacht Derikx. Het is 9.30 uur als zijn dashboard maant: vertrekken aub. Zonder passagiers gaat het richting Geldrop.
Vervolgens stapt de verslaggever in de Opel van Jack (Sjaak) van Diesen. De buschauffeur is bijna 24 uur per dag in touw als lokale dorpswacht en signaleert overal in Deurne misstanden. Een dwarsligger, die zijn vrije woensdag opoffert om de verslaggever Deurne te laten zien. Bij de eerste bushalte wordt gestopt. ‘Dit kan toch niet. Zo laat je toch niemand uitstappen.’ De halte is van de weg afgesneden door een onhandig perkje. De verslaggever vraagt of hij nu actie gaat ondernemen. Domme vraag. ‘Ik kom sowieso in actie. De burgemeester zit zelf lekker in een luxe villa. Wacht ik laat je direct zien waar die woont.’
Brandnetels
Even later staan we in het Hub van Doornepark dat eigenlijk een plantsoen is. Jack wijst naar een witte villa. ‘Daar woont ie.’ In het park staat een prachtig standbeeld van het daf-echtpaar Hub en Rie van Doorne dat drie jaar geleden door Jan Peter Balkenende is onthuld. ‘Die twee hebben zoveel voor Deurne betekend. Het beeld is al twee keer beklad, schandalig.’ Van Diesen raakt niet uitgepraat over de burgemeester, zijn favoriete tegenstander. (‘Dat beeld staat hier helemaal verkeerd en had natuurlijk in het centrum moeten staan. Maar dan waren hier parkeerplaatsen gekomen. Wilde hij natuurlijk niet.’)
Opmerkelijk is dat het hele plantsoen goed is onderhouden, behalve het perkje net voor het standbeeld. Daar woekert het onkruid en deze misstand was de gids nog niet opgevallen. Verslaggever: ‘Allemaal brandnetels.’ Van Diesen: ‘Verschrikkelijk. Als dank voor wat ze allemaal gedaan hebben mogen ze naar de prikkels kijken. En kijk daar. Dat lijken wel aardappels. Is toch niet netjes. Als de nabestaanden dit zien… ik moet er niet aan denken.’ Vanaf een bankje nemen de twee de situatie minutenlang in ogenschouw. ‘Hier ga ik een stuk over schrijven,’ zegt Van Diesen vrolijk terwijl hij opveert. Elke misstand is voor hem een uitdaging en dit is een kolfje naar zijn hand. Nu gaat de verslaggever dwars liggen want die ziet de primeur aan zijn neus voorbijgaan. Verslaggever: ‘Lekker dan. Ik zag dit het eerst.’ Van Diesen: ‘Oké. Ik wacht wel tot de VPRO Gids uit is.’ Van Diessen: ‘Gezocht: tuinman, zet ik er boven.’
De kou is weer uit de lucht, dus veroorlooft de verslaggever zich een dolletje. ‘Zeg, gisteren is bekend geworden wie de nieuwe burgemeester wordt.’ Van Diesen: ‘Dat kan nog niet. Ik weet namelijk alles.’ De volgende stop is bij De Pomp. ‘Deze waterpomp is door Wim Sonneveld bezongen in “Het dorp”. Hij stond eerst op de Markt maar daar mocht ie na de herinrichting niet terugkomen. Toen werd er actie gevoerd, en om daar een eind aan te maken werd er gezegd dat die gesneuveld was. Hadden ze hem met opzet kapot laten vallen. Althans, dat wordt gefluisterd. Desondanks bleef men vragen naar De Pomp en nu staat ie hier.’
Vlak langs het echte ‘tuinpad van mijn vader’ wordt gebouwd en daar is een bejaarde buurtbewoonster niet blij mee. ‘Schandalig. Wij mochten vroeger niets en nu mogen ze hier opeens wel bouwen. Ach, nieuwe bewoners komen zich ook niet eens meer voorstellen. U schrijft mijn naam toch niet op hè?’
![]() |
![]() |
![]() |
Camerabewaking
Tien minuten later staat het duo bij bushalte Willibrordplantsoen. De situatie daar tart elke beschrijving. Twee maanden geleden is deze halte heringericht. Opgehoogd, gekleurde tegels en een profiel voor de blinden. Helemaal volgens eu-richtlijnen, zegt Van Diesen. Feit is echter dat de reguliere bussen de halte al twee jaar niet meer aandoen, en dat alleen de kleine buurtbus er nog stopt. Tot twee maanden geleden dus, want sinds de herinrichting is de stoeprand te hoog voor de buurtbus. ‘Is toch niet normaal. Koot & Bie zouden hier zo een sketchje kunnen opnemen. Weggegooid geld.’
Door naar het treinstation voor koffie en een broodje. Restauratie Bread Pit is echter gesloten, hongerigen worden verwezen naar Kei Goe. Van Diesen wijst op de camerabewaking rond het station. ‘Is er gekomen twee weken nadat hier was ingebroken in de auto van de burgemeester.’
De koffie drinken ze bij Van Diesen thuis. Die vraagt bij binnenkomst direct aan zijn vrouw waarom er camera’s bij het station hangen. Ze heeft geen idee. ‘Kom op, denk eens aan onze grote vriend.’ De bel gaat. Tonnie van Berlo, voorzitter van de lokale atletiekvereniging, oud-slager, ex-marathonloper en partner in crime van Van Diesen staat voor de deur en schuift gezellig aan. Van Diessen: ‘Tonnie, in wie z’n auto hadden ze ingebroken voordat er camera’s bij het station kwamen?’ Van Berlo: ‘Sjaak, dat weet ik niet. De jouwe?’ Het cameraverhaal wordt niet bevestigd. De mannen bieden aan om de verslaggever de mooie plekjes van Deurne te laten zien. Hij kan de hele dag bellen.
Maar eerst gaat hij naar de snoepwinkel.
Privé
‘Heb je ook Jamaicaanse bollen?’ vraagt een jongeman aan Ellen van Dijk, de stralende blonde eigenares van de Drop Inn. ‘Je bedoelt sneeuwcaramels. Nee, die heb ik niet meer.’ De jongeman betaalt 17,85 euro voor twee grote zakken snoep en verlaat de winkel. ‘Vakantiezakken, voor onderweg,’ weet Van Dijk, de bedenkster van het programma Dorpse meiden. Zij neemt samen met zus Janneke en twee vriendinnen de hoofdrollen voor haar rekening. Alhoewel, rollen…
Van Dijk: ‘Mijn idee was dat acteurs ons dagelijks leven zouden naspelen. Maar bnn vond het beter als we dat zelf deden. Vervolgens moest ik kiezen welke vriendinnen zouden meespelen. Dat werden degenen die het meest enthousiast waren.’ Ze onderbreekt haar verhaal om drie kinderen te helpen met afrekenen. Van Dijk: ‘Dat is 2,60 euro.’ Meisje: ‘Haal er dan maar voor tien cent uit. Doe maar twee kabouters weg.’ Van Dijk: ‘Dat zijn geen kabouters. Het zijn smurfen.’ Verslaggever: ‘Schattig.’ Van Dijk: ‘Dat gebeurt steeds. Altijd te veel, nooit te weinig.’
De slanke winkelier stopt constant dropjes in haar mond. ‘Ik snoep de hele dag en smeer ook nooit boterhammen. Niet alleen hier, overal. Als ik ga tanken neem ik ik een zak drop mee, in de bioscoop, overal. Gisteravond nog in Center Parcs. Kocht ik drie ons drop voor bij het airhockey.’ Een groot aantal klanten is al op de hoogte van het programma Dorpse meiden, maar Van Dijk houdt haar winkel en eigen huis zoveel mogelijk buiten beeld. ‘Thuis, dat is mijn eigen privé. En de winkel wil ik erbuiten houden vanwege de privacy van mijn klanten.’ En er is nog een reden. ‘Vanaf 1 september neemt mijn zus het hier over en ga ik bij haar werken. Nu is dat nog andersom. Vóór mij was de winkel van nog een andere zus. Het is altijd iets van de familie geweest.’ Van Dijk is nog steeds verrast door alle aandacht voor het programma. ‘Eergisteren nog bij Shownieuws. Hoor je Patty Brard zeggen dat iedereen moet kijken. Er is zelfs een merk douchegel dat een commercial met ons wil opnemen. Nu al, maar dat doen we niet. Hondenvoer of frisdrank hadden we wel gedaan, dat staat veel dichter bij ons. Voor de douchegel moeten we raar en aanstellerig met ons hoofd gaan zwaaien, dat is niets voor ons.’
Rondgereden
Op de Markt staat rond twaalf uur uur het paaltje al weer recht. Een meisje zegt dat ‘ze bij de Schoenenreus soms best mooie schoenen hebben,’ en de verslaggever belt Jack voor ontdek je plekje. Binnen tien minuten rijdt Tonnie voor met Jack achterin. De verslaggever mag voorin zitten.
Tonnie: ‘Sjaak, ik zat net achter een uitsmijter. Die moest ik snel naar binnenwerken. Gelukkig hoefde ik hem niet te betalen.’
Eerst rijdt Tonnie naar een ruïne waar nu een jongerencentrum zit. Er tegenover woont de rijkste familie van Deurne. Die heeft flink verdiend aan varkensroosters en het verhaal gaat dat ze elk weekend met gasten in hun vliegtuigje over Deurne gaan om te laten zien wat ze allemaal bezitten.
Tonnie: ‘Sjaak, dat klopt toch?’
Jack: ‘Helemaal Tonnie.’
Over een nieuwe geasfalteerde weg gaat het richting hippisch centrum.
Tonnie: ‘Deze weg is helemaal vernieuwd Sjaak.’
Jack: ‘Mocht ook wel, want hier gebeurden veel ongelukken, Tonnie. Kijk die boerderij heeft Henny Huisman nog willen kopen, maar hij vond ’m denk ik toch te duur.’
Tonnie: ‘Is dat zo Sjaak?’
Het immense paardenterrein is afgesloten maar als oud-conciërge weet Tonnie genoeg te vertellen. Onder meer dat Rolling Stone Charlie Watts, Prins Charles en Wibi Soerjadi er regelmatig te gast waren. En dat de meeste studenten in een flat naast het ziekenhuis wonen waar ze voor 22.30 uur binnen moeten zijn. Tonnie’s paardenkennis betreft enkel het slachten en daarmee heeft hij veel eerstejaars de stuipen op het lijf gejaagd.
De tocht gaat verder.
Bij elk huis of bedrijf weet men wel wat te vertellen.
Tonnie: ‘Dat is ook een sponsor van onze club, Sjaak.’
Jack: ‘Tonnie, doe es effe langs het oude huis van Jules de Corte rijden. Daar kwam ik vroeger vaak. Hing helemaal vol klokjes en als er een stil stond stond had hij dat direct in de gaten. Wist je niet hè?’
Tonnie: ‘Nee dat wist ik niet. En dat huis, zit daar geen andere eigenaar in, Sjaak?’
Jack: ‘Dat wist ik toch al lang Tonnie.’
Tonnie: ‘Weet je waarom die gescheje is Sjaak?’
Jack: ‘Ik denk omdat zijn vrouw niet luisterde, waarom anders Tonnie?’
Tony: ‘Sjaak, hier wordt altijd geflitst.’
Jack: ‘Net als op de Liesselseweg Tonnie.’
Uren wordt de verslaggever rondgereden.
Tonnie: ‘Vlierden heeft stadsrechten gehad. Wist je dat Sjaak.’
Jack: ‘Nee, Tonnie dat wist ik niet. Daar woont Ernst Jansz. Ze gaan een film maken over Doe Maar, Tonnie. Heb ik gehoord van zijn zoon, die zat bij mij in de bus.’
Tony: ‘Met CCC Inc. zeker ook, Sjaak. Die zaten hier vroeger in een commune. En blowen, al die hippies.’
Het dorp
De gastvrijheid is eindeloos en dat geldt ook voor de reis. Langzaam verliest de verslaggever zijn scherpte en belandt hij in een aangename zen-achtige gemoedstoestand. Deurne kan hem niet groot genoeg meer zijn. Dan schrikt hij wakker.
‘Kom we gaan koffie drinken,’ zegt Tonny en even later zit het gezelschap op de Markt.
Tonnie: ‘Sjaak, ze hadden de Belgische klinkers hier moeten laten liggen.’
Het carillon speelt ‘Het dorp’ van Wim Sonneveld.
Jack: ‘Dat is toch nie goe. Het klinkt hartstikke vals.’ Tegen de ober: ‘Hoor jij dat ook?’ Ober: ‘Ik ben er helemaal doof voor geworden. Vorige week was het dagenlang “Pipi Langkous”.’
Voor de verslaggever wordt het tijd om Deurne te verlaten.’
Tonnie: ‘Heb je al vakantie gehad?’
Verslaggever: ‘Ja, Tonnie.’
Tonnie: ‘Jammer, anders had je nog een weekje kunnen komen.’











